Afwerkingsklassen van stucwerk en gipsplaat: hoe vlak is vlak?
Behangklaar en sausklaar zijn praktijkwoorden. In de vakwereld gebruiken we groepen en klassen met millimeters. Zo leg je vast wat je krijgt.
Laatst bijgewerkt op
Het korte antwoord
Voor stucwerk binnen gebruikt de branche de tabel van het Technisch Bureau Afbouw met groep 0 tot en met 6. Per groep staat wat erop mag komen en hoeveel millimeter de wand mag afwijken.
Voor gipsplaten is er een eigen tabel met klasse A tot en met F. Die is te vergelijken met de Europese niveaus Q1 tot Q4.
Wil je latex, dan past in de stucwerktabel groep 1, voor een mat verfsysteem. Leg de groep vast in de offerte en spreek bij groep 0 en 1 een proefvlak af.
Waarom millimeters beter werken dan woorden
Behangklaar en sausklaar betekenen niet bij elke stukadoor hetzelfde. Wat de een glad noemt, vindt de ander nog ruw. Als er onenigheid komt, heb je niets aan die woorden. Een groep of klasse met een getal kun je meten met een rei.
Het Technisch Bureau Afbouw publiceerde in maart 2018 de tabelkaart Oppervlaktebeoordelingscriteria stukadoorswerk binnen. Die staat ook op de site van NOA, de branchevereniging voor afbouw. Voor gipsplaten is er een vergelijkbare tabel uit juli 2015. Wij gebruiken die tabellen als we een afwerkniveau afspreken.
Stucwerk: groep 0 tot en met 6
De tabel noemt per groep de toepassing. Groep 0 is voor een glanzend verfsysteem en heeft de hoogste eisen. Groep 1 is voor een mat verfsysteem, vinylbehang, een glasvlies verfsysteem of een fijne sierpleister tot 1 mm. Groep 2 is voor dikker behang of een sierpleister met een korrel vanaf 1 mm. Groep 3 is filmwerk van hooguit 2 mm dat de ondergrond volgt. Groep 4 en 5 zijn structuren, geschuurd of gespoten. Groep 6 is een plaatselijke reparatie.
De vlakheid wordt gemeten met een rei tussen twee meetpunten. Bij groep 1 mag de wand over 1 meter 2 mm afwijken, bij groep 2 is dat 3 mm. Over 2 meter is het bij beide 5 mm. Groep 0 is strenger: 1,5 mm over 1 meter en 2 mm over 2 meter.
De woorden behangklaar en sausklaar staan niet in de tabel. Volgens de toepassingen past groep 1 bij latex of matte verf, en groep 2 bij dikker behang.
Hoe er wordt beoordeeld
De tabel schrijft voor dat er bij de beoordeling geen strijklicht op de wand mag vallen. Ze verwijst daarvoor naar bijlage A van de norm NEN-EN 13914-2. Strijklicht is licht dat bijna evenwijdig over de wand scheert, zoals van een raam in de zijmuur of een lamp vlak langs het plafond. In dat licht zie je elke oneffenheid.
Bij groep 0 en 1 is een proefvlak verplicht. Dat is een stuk wand dat als voorbeeld dient voor de rest. Bij de andere groepen raadt de tabel het aan. Zonder proefvlak moet bij onenigheid een onafhankelijke deskundige oordelen. Een proefvlak voorkomt dus discussie achteraf.
Gipsplaten: klasse A tot F, of Q1 tot Q4
Voor gipsplaten is er een aparte tabel. Klasse A is het hoogst: de plaat wordt helemaal gefilmd met ongeveer 1 mm, voor glanzende verf. Klasse B is geschikt voor gematteerde verf en dun behang. Klasse C is voor zwaar vinylbehang en middelgrove structuur. Klasse D voor grove structuur. E en F zijn alleen afgevoegd of niet afgevoegd.
Klasse C is de standaard als er niets is afgesproken. Wil je latex op gipsplaten, spreek dan klasse B af. In Europa gebruikt men Q1 tot Q4. Volgens de NOA-tabel komt A overeen met Q4, C met Q2 en E met Q1. Q3 wordt volgens dezelfde tabel in Nederland nog niet uitgevoerd. In Nederland zijn de klassen leidend, omdat ze meetbaar zijn.
Wat je in de offerte zet
Met deze punten weet jij en weet de stukadoor wat er wordt opgeleverd.
- De groep of klasse per ruimte, bijvoorbeeld groep 1 voor de woonkamer en groep 2 voor de slaapkamers.
- Wat erop komt: latex, behang, sierpleister.
- Een proefvlak bij groep 0 en 1.
- Wie schuurt en stofvrij maakt voor de schilder.
- Hoe en wanneer er wordt beoordeeld, en zonder strijklicht.
| Groep | Toepassing | Over 0,4 m | Over 1 m | Over 2 m |
|---|---|---|---|---|
| 0 | Glanzende verf, zeer hoge eisen | 1 mm | 1,5 mm | 2 mm |
| 1 | Matte verf of latex, vinylbehang, fijne sierpleister tot 1 mm | 1 mm | 2 mm | 5 mm |
| 2 | Dikker behang, sierpleister vanaf 1 mm | 1,5 mm | 3 mm | 5 mm |
| 3 | Filmwerk tot 2 mm, volgt de ondergrond | geen eis | geen eis | geen eis |
| 4 | Structuur tot 3 mm, geschuurd of gespoten | 1,5 mm | 3 mm | 5 mm |
| 5 | Grove structuur boven 3 mm | 2 mm | 3 mm | 5 mm |
| 6 | Plaatselijke reparatie | geen eis | geen eis | geen eis |
| Klasse | Q-niveau | Geschikt voor | Over 1 m | Over 2 m |
|---|---|---|---|---|
| A | Q4 | Glanzende verf, metallic behang | 1,5 mm | 2 mm |
| B | geen | Gematteerde verf, dun behang, fijne spuitpleister tot 1 mm | 2 mm | 3 mm |
| C | Q2 | Zwaar vinylbehang, korrel 1 tot 3 mm (standaard) | 3 mm | 4 mm |
| D | geen | Grove structuur boven 3 mm | 3 mm | 4 mm |
| E | Q1 | Alleen functioneel, of tegels op gipsvezel | 3 mm | 4 mm |
Veelgestelde vragen
Welke groep heb ik nodig voor latex?
Hoeveel mag een gestucte wand afwijken?
Wat is Q4?
Moet ik een proefvlak afspreken?
Verder lezen
Meer over stucwerk en afbouw
- Spuitwerk of stucwerk: verschil in prijs, uiterlijk en onderhoudHet verschil tussen spack, gespoten latex en glad stucwerk, en wanneer welke afwerking de beste keuze is.7 min
- Behangklaar of sausklaar stucwerk: wat heb je nodig?Wat behangklaar en sausklaar precies betekenen, wat het prijsverschil is en hoe je kiest.7 min
- Plafond laten spuiten of stucen: kosten en verschilWat een gespoten en een gestuct plafond kosten, en welke ondergrond en welke ruimte bij welke afwerking past.7 min
